3 keer nadenken vóór je met participatie begint

Participatie lijkt soms eenvoudig: je nodigt mensen uit en gaat in gesprek. Maar echt betekenisvolle participatie vraagt meer. Dit zijn drie vragen die je altijd eerst moet stellen voor je begint:

1. Wat is de vraag?

Heb je scherp waar het echt over gaat?
Begin niet met de vorm (“we willen een burgerberaad”), maar met: wat willen we begrijpen, ophalen of beslissen samen?
Pas als de kernvraag helder is, kun je gericht bepalen wie je wilt betrekken, hoe je het gesprek vormgeeft en wat je met de opbrengst doet.

2. Waar ligt de ruimte?

Betrekken ≠ alles mogen bepalen.
Wees helder over waar mensen wel en niet invloed op hebben.
Onzekerheid hierover leidt al snel tot frustratie of wantrouwen, bij deelnemers en bij initiatiefnemers.
Door vooraf de ruimte af te bakenen geef je juist vertrouwen: mensen weten waar ze aan toe zijn en waar hun bijdrage verschil maakt.

3. Wie missen we nog aan tafel?

Soms hebben juist de mensen die het meest geraakt worden door een besluit het minst invloed op hoe dat besluit tot stand komt. Probeer in beeld te brengen wie dat zijn.
Als je ze niet hoort, betekent dat niet dat ze niks te zeggen hebben. Misschien weten ze niet dat ze mee kunnen doen, voelen ze zich niet welkom of sluiten de gebruikelijke manieren van overleg niet aan.
Inclusie vraagt dus om meer dan uitnodigen alleen.

Begin participatie nooit met hoe, maar met waarom.

Welke van deze vragen gebruik jij in jouw praktijk?